In de financiële markten definieert Drawdown de procentuele daling van een investering, handelsrekening of fonds, gemeten vanaf een specifiek historisch hoogtepunt (de piek) tot aan het daaropvolgende dieptepunt (het dal). Het is een essentiële risico-indicator die specifiek kijkt naar kapitaalbehoud en de neerwaartse volatiliteit.
Een drawdown blijft van kracht totdat de koers het oude hoogtepunt weer heeft bereikt of overtroffen. Deze periode wordt de ‘drawdown-periode’ genoemd. In tegenstelling tot een simpel verlies, dat vaak berekend wordt ten opzichte van de aankoopkoers, meet drawdown de “pijn” van de belegger die op het hoogste punt is ingestapt. Het geeft antwoord op de vraag: “Hoeveel procent is de waarde gedaald ten opzichte van de top?”
De anatomie van een Drawdown
Om de term volledig te doorgronden, is het belangrijk om de cyclus van een drawdown te ontleden. Een volledige drawdown-cyclus bestaat uit drie specifieke fases:
- 1. De piek (High Water Mark)
- Dit is het hoogste punt dat de waarde van de portefeuille of het aandeel heeft bereikt vóór de daling inzet. In de professionele vermogensbeheerindustrie wordt dit vaak de ‘High Water Mark’ genoemd.
- 2. De val (Drawdown Phase)
- De periode waarin de waarde daalt van de piek naar het laagste punt. De lengte en de snelheid van deze daling zeggen iets over de volatiliteit van de belegging.
- 3. Het herstel (Recovery Phase)
- De periode vanaf het dieptepunt tot het moment dat de oorspronkelijke piek weer is bereikt. Pas als de koers boven de oude piek uitkomt, is de drawdown officieel voorbij en staat de teller weer op 0%.
Rekenvoorbeeld en Formule
De berekening van een drawdown is relatief eenvoudig, maar vereist nauwkeurige datapunten. De formule luidt als volgt:
Drawdown % = ((Huidige Waarde – Historische Piek) / Historische Piek) * 100
Stel, een belegger heeft het volgende waardeverloop in de portefeuille:
- Januari: € 10.000 (Start)
- Maart: € 15.000 (Piek)
- Mei: € 12.000 (Daling)
- Augustus: € 9.000 (Dal / Trough)
- December: € 16.000 (Nieuwe Piek)
De drawdown wordt hier berekend op het diepste punt in augustus ten opzichte van de piek in maart.
Berekening: ((9.000 – 15.000) / 15.000) * 100 = -40%.
Maximum Drawdown (MDD)
In analysesystemen en factsheets van beleggingsfondsen wordt vaak de term Maximum Drawdown (MDD) gebruikt. Dit is een specifieke statistiek die de grootst mogelijke daling meet over een bepaalde historische periode.
MDD wordt beschouwd als de ultieme ‘stresstest’. Waar standaarddeviatie (volatiliteit) slechts de gemiddelde afwijking van het rendement weergeeft, laat de MDD het worst-case scenario zien. Het vertelt een belegger wat het maximale verlies zou zijn geweest als hij of zij op het slechtst denkbare moment had gekocht (de piek) en op het slechtst denkbare moment had verkocht (het dal). Een lage MDD duidt op een strategie die historisch gezien goed in staat is geweest om kapitaal te beschermen tijdens marktcorrecties.
Het Wiskundige Herstel-effect (Drawdown Penalty)
Een van de belangrijkste redenen waarom professionele beleggers meer focussen op drawdown dan op winstmaximalisatie, is de wiskundige asymmetrie van verliezen. Het percentage dat nodig is om een verlies goed te maken, is altijd groter dan het percentage van het verlies zelf. Dit fenomeen neemt exponentieel toe naarmate de drawdown dieper wordt.
Wanneer een portefeuille met 50% daalt (bijvoorbeeld van € 100 naar € 50), moet de resterende € 50 met 100% stijgen om weer op € 100 te komen. Hieronder een overzicht van deze verhoudingen:
| Drawdown (Verlies) | Benodigd rendement voor herstel | Factor |
|---|---|---|
| 5% | 5,3% | Bijna gelijk |
| 10% | 11,1% | Licht verhoogd |
| 20% | 25,0% | Merkbaar verschil |
| 25% | 33,3% | Significant |
| 50% | 100,0% | Verdubbeling nodig |
| 75% | 300,0% | Verviervoudiging nodig |
| 90% | 900,0% | Vrijwel onmogelijk zonder risico |
Deze tabel illustreert waarom risicomanagement cruciaal is. Een verlies van 90% is wiskundig gezien bijna niet meer goed te maken zonder extreme (en dus risicovolle) maatregelen te nemen. Dit concept staat centraal in vermogensbehoud.
Drawdown versus Volatility
Hoewel ze vaak in één adem worden genoemd, zijn drawdown en volatiliteit (standaarddeviatie) fundamenteel verschillend.
- Volatiliteit meet de beweeglijkheid van de koers, zowel naar boven als naar beneden. Een aandeel dat in korte tijd hard stijgt, heeft een hoge volatiliteit. Volatiliteit kan dus ook ‘positief’ zijn voor een belegger.
- Drawdown kijkt uitsluitend naar de neerwaartse beweging. Het negeert de opwaartse volatiliteit en focust puur op het kapitaalverlies vanaf de top.
Veel defensieve beleggers beschouwen drawdown als een betere maatstaf voor risico dan volatiliteit, omdat “risico” voor de meeste mensen gelijkstaat aan het verliezen van geld, en niet aan de onzekerheid van een snelle koersstijging.
De Psychologie: Waarom Drawdown pijn doet
Naast de wiskundige impact is er een sterk psychologisch component, bekend vanuit de gedragseconomie (behavioral finance). Onderzoek, waaronder de Prospect Theory van Kahneman en Tversky, toont aan dat mensen verlies ongeveer twee keer zo intens ervaren als winst. Dit wordt ‘verliesaversie’ genoemd.
Tijdens een diepe drawdown periode wordt de mentale veerkracht van een belegger getest. Vaak worden de slechtste beleggingsbeslissingen (zoals paniekverkopen op de bodem) genomen wanneer de drawdown maximaal is. Inzicht in de historische drawdowns van een strategie helpt om verwachtingen te managen en paniek te voorkomen.
Drawdown in Risico-Ratio’s
Om de prestaties van handelaren en fondsen objectief te vergelijken, wordt drawdown verwerkt in diverse financiële ratio’s. Enkele van de meest gebruikte zijn:
- Calmar Ratio
- De Calmar Ratio deelt het jaarlijkse gemiddelde rendement door de Maximum Drawdown over een periode (meestal 3 jaar). Een hogere score betekent dat het rendement behaald is met relatief weinig diepe dalen.
- Sterling Ratio
- Vergelijkbaar met de Calmar Ratio, maar deze neemt het gemiddelde van de grootste jaarlijkse drawdowns, en voegt daar vaak een buffer van 10% aan toe in de noemer. Dit geeft een iets genuanceerder beeld dan alleen kijken naar die ene grootste crash.
- Ulcer Index
- Deze index meet niet alleen de diepte van de drawdown, maar ook de duur. Een korte, scherpe daling van 20% die in een week herstelt, scoort beter dan een langzame daling van 15% die jaren duurt om te herstellen. De Ulcer Index meet de ‘stress’ die de belegger ervaart gedurende de hele periode.
Absolute vs. Relatieve Drawdown
In de handelswereld (vooral bij Forex en Futures) wordt soms onderscheid gemaakt tussen verschillende typen drawdowns:
- Absolute Drawdown: Het verschil tussen de initiële inleg en het laagste punt dat het saldo ooit heeft bereikt onder die inleg. Dit geeft aan hoeveel van het startkapitaal daadwerkelijk in gevaar is geweest.
- Maximal Drawdown: Zoals eerder besproken, het verschil tussen de hoogste piek en het daaropvolgende laagste dal. Dit kan plaatsvinden terwijl de rekening al ver boven de startinleg staat (winst inleveren).
- Relative Drawdown: De maximale drawdown uitgedrukt als een percentage van het saldo op dat specifieke moment.
Toepassing bij pensioenen (Sequence of Returns Risk)
In de fase waarin vermogen wordt opgebouwd, is drawdown vervelend maar vaak overkomelijk zolang de tijdshorizon lang genoeg is. In de fase van vermogensonttrekking (pensioen) wordt drawdown echter een kritiek gevaar. Dit staat bekend als het Sequence of Returns Risk.
Wanneer iemand periodiek geld opneemt uit een portefeuille die zich in een diepe drawdown bevindt, wordt het kapitaal dubbel uitgehold: door de koersdaling én door de opname. Hierdoor zijn er minder beleggingen over om te profiteren van het uiteindelijke herstel. Voor gepensioneerden is het minimaliseren van drawdown daarom vaak belangrijker dan het maximaliseren van rendement.
