Cyclische aandelen zijn aandelen van beursgenoteerde bedrijven waarvan de financiële prestaties en de beurskoers onlosmakelijk verbonden zijn met de macro-economische omstandigheden. Deze bedrijven bewegen mee met de golfbewegingen van de economie. In periodes van economische voorspoed (expansie) groeien de omzet en winst van deze bedrijven vaak exponentieel. Keert het tij en krimpt de economie (recessie), dan behoren deze bedrijven tot de eersten die hun inkomsten drastisch zien teruglopen.
De term wordt in de financiële wereld gebruikt om het risicoprofiel en de conjunctuurgevoeligheid van een onderneming of sector te classificeren. Voor analisten en economen is het een cruciaal concept om de dynamiek van aandelenmarkten te begrijpen en te voorspellen hoe specifieke segmenten van de markt zullen reageren op veranderende consumentenbestedingen en rentestanden.
De basis: De economische cyclus (Conjunctuur)
Om de theorie achter cyclische aandelen te doorgronden, moet men de basis van de macro-economie begrijpen: de economische cyclus, ook wel de conjunctuurgolf genoemd. Een economie groeit zelden lineair, maar kent een patroon van pieken en dalen. Deze cyclus wordt doorgaans opgedeeld in vier fasen:
- Expansiefase (Hoogconjunctuur): De economie groeit robuust. De werkloosheid is laag, de lonen stijgen en het consumentenvertrouwen neemt toe. Bedrijven investeren en consumenten geven meer geld uit aan luxeproducten.
- Piek: Het hoogste punt van de economische activiteit. De productiecapaciteit is maximaal benut en inflatie begint vaak op te lopen.
- Krimpfase (Laagconjunctuur of Recessie): De economische motor hapert. Consumenten houden de hand op de knip, bedrijfsinvesteringen worden uitgesteld en de werkloosheid loopt op.
- Dal: Het absolute dieptepunt van de economische neergang. Vanaf dit punt begint de economie geleidelijk weer te herstellen richting een nieuwe expansiefase.
[Image of the phases of the economic cycle]
Cyclische bedrijven zijn extreem afhankelijk van deze fasen. Producten die niet strikt noodzakelijk zijn, worden tijdens een recessie immers als eerste van het boodschappenlijstje geschrapt.
Vroege versus late cyclische aandelen
Een belangrijk detail dat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat niet elk cyclisch aandeel op hetzelfde moment reageert. In de financiële theorie wordt onderscheid gemaakt tussen vroege en late cyclische sectoren:
- Vroeg cyclisch (Early-cycle): Dit zijn bedrijven die als eerste opveren wanneer een economie uit een dal klimt. Denk aan de financiële sector (banken die profiteren van een aantrekkende kredietvraag) en de consumentengoederenindustrie (mensen kopen weer duurzame goederen zoals meubels of auto’s).
- Laat cyclisch (Late-cycle): Deze bedrijven profiteren pas later in de hoogconjunctuur. Dit zijn vaak kapitaalintensieve bedrijven in de industriële sector, mijnbouw en energie. Bedrijven wachten eerst af of het economisch herstel structureel is voordat ze miljarden investeren in nieuwe fabrieken of infrastructuur.
Kenmerken van cyclische aandelen
Bedrijven die als cyclisch worden geclassificeerd, delen een aantal fundamentele, objectieve kenmerken:
- Uitstelbare bestedingen: Ze verkopen producten of diensten waarvan de aankoop gemakkelijk kan worden uitgesteld zonder dat dit direct invloed heeft op de levensstandaard (bijv. een vakantie, een nieuwe smartphone of een auto).
- Hoge vaste kosten: Vaak betreft het kapitaalintensieve bedrijven met dure fabrieken en machines (operationele hefboom). Dit betekent dat een kleine omzetdaling leidt tot een relatief veel grotere daling van de nettowinst.
- Hoge volatiliteit: De koersuitslagen op de beurs zijn historisch gezien forser, zowel in opwaartse als in neerwaartse richting.
Het meten van cycliciteit: De Bèta
In de statistiek en financiële theorie wordt de bewegelijkheid van een aandeel ten opzichte van de algemene markt uitgedrukt in de Bèta-coëfficiënt. Cyclische aandelen hebben doorgaans een Bèta die groter is dan 1.
De algemene berekening voor de Bèta is als volgt:
Bèta = Covariantie(Ra, Rm) / Variantie(Rm)
(Waarbij Ra het rendement van het aandeel is, en Rm het rendement van de markt).
Een Bèta van 1,5 betekent dat het aandeel historisch gezien 50% meer beweegt dan de markt. Stijgt de beurs met 10%, dan stijgt dit aandeel statistisch met 15%. Echter, daalt de markt met 10%, dan incasseert dit aandeel een daling van 15%.
Defensieve vs. Cyclische aandelen
De tegenhanger van het cyclische aandeel is het defensieve (of niet-cyclische) aandeel. Dit zijn bedrijven die basisbehoeften voorzien, zoals supermarkten, farmaceuten en nutsbedrijven (water en elektriciteit). Onderstaande tabel toont de objectieve verschillen:
| Kenmerk | Cyclische aandelen | Defensieve aandelen |
|---|---|---|
| Product/Dienst | Luxe, uitstelbare goederen | Basisbehoeften, noodzakelijk |
| Economische afhankelijkheid | Zeer hoog | Laag |
| Volatiliteit (Bèta) | Hoog (Vaak > 1) | Laag (Vaak < 1) |
| Dividend | Variabel, vaak verlaagd in recessies | Stabiel, historisch betrouwbaarder |
| Voorbeeldsectoren | Auto-industrie, toerisme, bouw | Gezondheidszorg, voeding, nutsbedrijven |
De invloed van rente en centrale banken
Macro-economische beleidsbeslissingen, in het bijzonder de rentestanden van centrale banken zoals de ECB of de FED, spelen een grote rol bij de waardering van cyclische aandelen. Wanneer de economie oververhit raakt (hoge inflatie), verhogen centrale banken vaak de rente om de economie af te remmen. Lenen wordt duurder, waardoor consumenten minder grote aankopen doen en bedrijven investeringen uitstellen. Dit raakt cyclische bedrijven direct in hun omzet. Omgekeerd geldt: bij renteverlagingen wordt lenen goedkoper, wat een impuls geeft aan consumptie en daarmee aan cyclische aandelen.
Praktijkvoorbeelden van cyclische sectoren
Om theorie aan de praktijk te koppelen, kijken we naar enkele sectoren en bedrijfsmodellen die een sterk cyclisch karakter hebben:
1. Uitzendbureaus en werving & selectie
Wanneer de economie aantrekt, hebben bedrijven extra personeel nodig. Uitzendbureaus (zoals Randstad) zien hun marges direct stijgen. In een recessie zijn flexwerkers en uitzendkrachten echter de eersten van wie afscheid wordt genomen, wat leidt tot een snelle omzetdaling voor deze bureaus.
2. De halfgeleiderindustrie (Chips)
Bedrijven die microchips of de machines daarvoor maken (zoals ASML of Nvidia) zijn sterk afhankelijk van de vraag naar consumentenelektronica (smartphones, pc’s) en industriële technologie. Deze vraag piekt in tijden van economische groei, maar stagneert snel bij onzekerheid.
3. Luchtvaart en Toerisme
Voorbeelden zoals Air France-KLM of Booking.com floreren wanneer consumenten ruim bij kas zitten en bedrijven grote reisbudgetten hebben. Bij een economische neergang is een verre vakantie of een zakenreis vaak de eerste post waarop wordt bezuinigd.
Sectorrotatie: De theoretische toepassing
In de professionele beleggingswereld wordt de kennis over cyclische en defensieve aandelen gebruikt voor zogeheten sectorrotatie. Dit is een strategie waarbij analisten proberen de economische cyclus voor te zijn. In theorie verschuift men kapitaal naar cyclische aandelen net voor of tijdens het begin van een economisch herstel om optimaal van de koersstijgingen te profiteren. Zodra analisten verwachten dat de economie haar piek heeft bereikt en zal afkoelen, roteert men het kapitaal terug naar veilige, defensieve sectoren om het risico op verlies te beperken.
